Orthopedisch beslag

Othopedisch beslag is om paarden met een nadelige of afwijkende gang of stand te corrigeren.Orthopedie = de leer van de afwijking in de beweging, hieronder enkele voorbeelden van orthopedisch beslag.
Klappen & Vangen

Klappen als het paard bij het lopen met de achter hoef TEGEN de voorhoeven of benen komt, of andersom

Vangen als het paard bij het lopenen met de achterhoef OP de voorhoef of hoefijzer komt.Hierbij kan de toon van het achterijzer vast komen te zitten tussen de takken van het voorijzer.
-
Oorzaken van klappen en vangen paarden met een ruime gang of paarden met een korte rug.Ook afwijkende standen zoals, sabelbenig, beervoetig, ondestandig , hol in de knieen en een weke stand kunnen klappen en vangen veroorzaken.
-
Bij jonge en onervaren paarden die nog geen vaste gang hebben, maar ook bij paarden die vermoeid raken kan klappen of vangen voorkomen
-
Als een paard weer toe is aan een beslag beurt,zowel de voor als achter hoeven zijn te lang in de toon en de verzenen over het ijzer gegroeid.
-
Wanneer het paard onvoldoende over de toon kan rollen is het voorbeen te laat weg voor het achterbeen wat klappen of vangen kan veroorzaken.De smid moet een ruime opzet in het ijzer smeden.
-
Bij te zware ijzers
De plaatsen die meestal geraakt worden zijn de hoefballen, de kootholte of de kroonrand.Hierdoor kan een paard ook gemakkelijk het ijzer krom of aftrappen.
Om het vangen of klappen te voorkomen proberen we de voet iets steiler te bekappen (z onder de voetas te breken) en beslaan we het paard voor met een voorklapijzer dit is een ijzer waarin een ruime opzet in het ijzer gesmeed is, weinig garnituur heeft en korte takken.De binnen zijde van het ijzer wordt schuin afgesmeed tegen het vangen in de ijzers en er wordt een zo licht mogelijk ijzer gebruikt.Achter beslaan we het paard met een achterklapijzer hierbij proberen we ook de voet iets steiler te bekappen en het ijzer iets langer te passen.Het achterklapijzer heeft aan de zijkant twee lippen En de wand steekt een halfe wanddikte over het ijzer. De toon van het ijzer smeden we schuin af om kneuzingen en verwondingen te voorkomen.
Strijken is, als de binnenzijde van de hoef van het ene been tegen de binnen z ijde van het andere been komt,dit kan op verschillende hoogte plaats vinden,meestal ter hoogte van de kogel maar ook kunnen koot, pijp en knie geraakt worden met de binnen zijde van de hoef.We zien dit gebeuren bij de voor en achterbenen.Bij de franse stand en bodemwijde stand worden de benen naar binnen toe opgenomen (scheppen) en zal strijken veelvuldig voorkomen.Ook komt het voor bij een nauwe en koehakkige stand, het is bij oudere paarden niet gewenst afwijkende standen en gangen rigoureus te corrigeren, omdat dit leidt tot forceren van de gewrichten.
-
Andere oorzaken kunnen zijn een te wijde binnen tak of het ijzer is verschoven.
-
de voet teveel binnendoor bekapt waardoor de kogel naar binnen staat en dan gemakkelijk door het andere been geraakt kan worden.
-
Het paard is aan een beslag beurt toe,de toon wordt te lang.
-
Vermoeidheid, slapte of onervaren dieren.
-
Ook belemmeren va n de beweging veroorzaakt strijken.
Om het strijken te voorkomen bekappen we het paard iets buitenover (zover als mogelijk)en gebruiken een Strijkijzer als beslag.Bij een strijkijzer is de binnentak in zijn geheel smaller, korter en op het breedste punt van de voet het smalst.De strijkende plaats van het strijken is bodemnauw en afgerond gesmeed, hier kunnen we ook geen nagels plaatsen.
Hoefijzer met opzet dit hoefijzer is ook al besproken bij het normale beslag en heeft als doel om gemakkelijker over de toon te rollen, e n is zeker ook een orthopedisch beslag.Door de opzet in het ijzer worden alle delen van de achter kant in het onderbeen gespaard met met name de buigpezen, de aanhechting van de diepe buigpees aan het hoefbeen en de gehele achterste hoefhelft.Bij problemen van welke aard dan ook heeft het paard baat met een opzet in het ijzer.
|